Werkloosheid 25- tot 45-jarigen in juli gestegen

Werkloosheid 25- tot 45-jarigen in juli gestegen

15 augustus 2019 Uit Door Nieuws Online

Man bekijkt vacatureteksten in etalage uitzendbureau

Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 10 duizend per maand toegenomen. In juli waren er 9,0 miljoen werkenden. Ook het aantal werklozen is sinds mei gestegen, met gemiddeld 4 duizend per maand naar 313 duizend in juli. Zij hadden geen betaald werk en gaven aan recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar te zijn. De stijging deed zich uitsluitend voor in de leeftijdsgroepen 15 tot 25 jaar en 25 tot 45 jaar. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. UWV registreerde eind juli 234 duizend lopende WW-uitkeringen.

4,1 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast de eerder genoemde werklozen ging het om 3,8 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden met gemiddeld 5 duizend per maand afgenomen.

Werkloosheidsindicator

Om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt vaak gebruikgemaakt van de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization (ILO). Volgens deze indicator worden mensen van 15 tot 75 jaar zonder betaald werk die hier recent naar hebben gezocht en direct beschikbaar zijn met ‘werkloos’ aangeduid. In juli waren er 313 duizend werklozen. Hiermee was 3,4 procent van de beroepsbevolking werkloos. Dat is hetzelfde percentage als in juni.

UWV: 45 duizend WW-uitkeringen minder dan een jaar geleden

UWV verstrekte eind juli 234 duizend werkloosheidsuitkeringen. Dat zijn 45 duizenduitkeringen minder dan een jaar geleden. In vergelijking met juni 2019 is het aantal WW-uitkeringen met bijna 9 duizend afgenomen. Het aantal WW-uitkeringen daalt nog steeds, omdat er meer uitkeringen zijn beëindigd in de periode januari t/m juli (225 duizendbeëindigingen) dan er nieuwe uitkeringen zijn toegekend (196 duizend).

UWV: De instroom in de WW neemt nauwelijks meer af

De instroom in de WW in de eerste zeven maanden van 2019 is met 196 duizend nieuwe uitkeringen 1 procent lager dan de instroom van 2018 over dezelfde periode (198 duizend). De vergelijking tussen de eerste zeven maanden van 2018 en 2017 kwam nog neer op een daling van 18 procent.

Meer baanverlies

Het werkloosheidspercentage onder 25- tot 45-jarigen is na juli 2018 niet meer gedaald en is tussen mei en juli gestegen van 2,6 naar 2,8. Bij 45-plussers daalde het percentage werklozen in de beroepsbevolking in een jaar tijd juist van 3,7 naar 2,7. Ook de werkloosheid onder jongeren (6,7 procent) was in juli lager dan een jaar eerder (7,3 procent), hoewel deze de afgelopen maanden wel iets is toegenomen. 

Het werkloosheidscijfer is een saldo van verschillende stromen op de arbeidsmarkt. De instroom in de werkloosheid kan komen van werkenden die hun baan verliezen en van niet-werkenden die niet actief zijn op de arbeidsmarkt en op zoek gaan naar werk. De toename van de werkloosheid onder 25- tot 45-jarigen hangt vooral samen met de toegenomen stroom werkenden in deze leeftijdsgroep die hun baan verliezen. In het tweede kwartaal waren er 27 duizend werklozen die in het kwartaal daarvoor nog werk hadden. Eerder daalde dit aantal baanverliezers nog van 62 duizend in het tweede kwartaal van 2013 tot 24 duizend in het tweede kwartaal van 2018. Bij de 25- tot 45-jarigen worden vooral degenen werkloos die korter dan een jaar werkzaam zijn geweest bij een werkgever (of in het eigen bedrijf), namelijk 57 procent. In het tweede kwartaal van 2018 was dat nog 43 procent. De tegenovergestelde stroom, werkloze 25- tot 45-jarigen die werk vinden, is ten opzichte van het tweede kwartaal van 2018 in aantal vrijwel gelijk gebleven.

Onbenut arbeidspotentieel

Het CBS publiceert maandelijks over de omvang van de werkzame beroepsbevolking en de niet-werkzame bevolking, waarbij de laatste groep wordt uitgesplitst naar de werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking (allemaal volgens ILO-definitie). 

Met de werkloze beroepsbevolking wordt echter niet het totale onbenut arbeidspotentieel beschreven. Behalve werklozen behoren hiertoe nog andere groepen. Het gaat ook om mensen die óf recent gezocht hebben naar werk óf direct beschikbaar zijn voor werk. Deze mensen worden gerekend tot het onbenut arbeidspotentieel, maar vallen buiten de werkloosheidsdefinitie. Ook deeltijders die meer uren willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn, behoren tot het onbenut arbeidspotentieel. 

De grootte en samenstelling van deze groepen worden alleen per kwartaal gepubliceerd. Het totaalbeeld dat de onderstaande figuur weergeeft is gebaseerd op de meest recente kwartaalcijfers (tweede kwartaal 2019). Het totale onbenut arbeidspotentieel bestond in het tweede kwartaal van 2019 uit 1,0 miljoen mensen. Een jaar eerder waren dit er nog 1,1 miljoen. De ontwikkeling van het totale onbenut arbeidspotentieel hangt sterk samen met de ontwikkeling van de werkloosheid.

Het CBS publiceert maandelijks volgens de internationale richtlijnen over de beroepsbevolking. De bijbehorende indicatoren, de werkzame en werkloze beroepsbevolking, worden wereldwijd gebruikt om de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te beschrijven. Daarbij zijn maandcijfers essentieel. Daarnaast publiceert het UWV maandelijks over het aantal WW-uitkeringen. Deze UWV-cijfers over uitkeringen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met de indicatoren over de beroepsbevolking.

Bronnen