Transparantie geëist in bestrijding van buitenlandse beïnvloeding

Transparantie geëist in bestrijding van buitenlandse beïnvloeding

23 november 2020 Uit Door Nieuws Online Magazine

Financiering van maatschappelijke organisaties mag niet gepaard gaan met onwenselijke (buitenlandse) beïnvloeding en misbruik van de vrijheden die hier in Nederland gelden. Daarom dient minister Dekker voor Rechtsbescherming een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer dat burgemeesters en OM de bevoegdheid geeft om inzage te verkrijgen in alle donaties van buiten de Europese Unie (EU) of de Europese Economische Ruimte (EER).

Minister Dekker: “Onze rechtsstaat berust op vrijheid en gelijkheid. Buitenlands geld dat is bedoeld om organisaties te faciliteren of onder druk te zetten om hier aan te zetten tot haat, discriminatie of antidemocratische gedachten, hoort hier niet thuis. Organisaties die open staan voor dit soort donaties mogen daar niet zomaar mee wegkomen.”

De parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (Pocob) van de Tweede Kamer concludeerde eerder dit jaar dat er sprake is van ongewenste beïnvloeding als gevolg van buitenlandse geldstromen naar instellingen in Nederland. De brede kabinetsreactie hierop is vandaag verzonden naar de Kamer. Ook de Raad van State merkte in haar advies bij dit wetsvoorstel op dat uit het buitenland afkomstige financiering van maatschappelijke organisaties in Nederland een risico kan vormen voor de democratische rechtsstaat. Minister Dekker heeft eerder een wetsvoorstel, wat vorige maand is aangenomen door de Tweede Kamer, ingediend dat het makkelijker maakt om antidemocratische organisaties te verbieden die onze samenleving ernstig bedreigen of de rechtsorde omver willen werpen. Het wetsvoorstel Transparantie Maatschappelijke organisaties dat wordt ingediend ziet op het tegengaan van beïnvloeding van onze vrijheden via donaties. Minister Dekker geeft hiermee uitvoering aan het regeerakkoord.

Burgemeesters, het Openbaar Ministerie en eventueel andere specifiek aangewezen overheidsinstanties krijgen de bevoegdheid om bij een maatschappelijke organisatie navraag te doen naar buitenlandse giften en, als deze substantieel blijken, verdere navraag te doen naar de persoon die de donatie heeft verricht. Dat kan bijvoorbeeld als er sprake is van bedreiging van de openbare orde door problematisch gedrag van een maatschappelijke organisatie. Een organisatie die niet meewerkt, maakt zich schuldig aan een economisch delict, terwijl dwarsliggende bestuurders de oplegging van een bestuursverbod riskeren van maximaal 5 jaar. Bovendien kunnen de burgemeester en het OM een dwangsom (laten) opleggen.