Stappen gezet in taakuitvoering rondom detentie terrorismeafdeling

Nieuws Online
5 Min Read
Stappen gezet in taakuitvoering rondom detentie terrorismeafdeling

Artikel voorlezen?

Partijen[1] die betrokken zijn bij opvang en re-integratie van gedetineerden op terroristenafdelingen (TA) werken beter samen dan zij in 2019 deden. Hun mogelijkheden zijn echter beperkt bij gedetineerden van wie het Nederlanderschap is afgenomen en geen verblijfsrecht meer hebben, maar die niet uitgezet kunnen worden naar hun herkomstland. Dit constateert de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV). Deze ex-gedetineerden kunnen hier in de illegaliteit terechtkomen. Een onwenselijke situatie met mogelijk risico’s voor de nationale veiligheid, aldus de Inspectie JenV in haar vervolgonderzoek naar de terroristenafdelingen in Nederland.

Personen die verdacht worden van of veroordeeld worden voor een terroristisch misdrijf komen terecht op een TA van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Eind 2019 publiceerde de Inspectie JenV een onderzoek naar de kwaliteit van de taakuitvoering op de terroristenafdelingen van PI Vught en PI De Schie. Zij was toen positief over de manier waarop het gevangenispersoneel zijn werk doet, maar vond dat onder meer de samenwerking tussen betrokken partijen wel beter kon. Het afgelopen jaar bezocht de Inspectie JenV deze TA’s opnieuw en bekeek ook de nieuwe TA-afdeling voor vrouwen in Zwolle. Daarbij onderzocht zij of en hoe de bij de TA-betrokken partijen zoals reclassering, DJI, het Nederlands Forensisch Instituut voor de Psychologie (NIFP) en gemeenten zijn omgegaan met aandachtspunten die de Inspectie JenV in 2019 zag.

Samenwerking
Bij de re-integratie van TA-gedetineerden is het belangrijk dat de PI’s, de reclassering en de gemeenten goed samenwerken. De Inspectie JenV is positief over de wijze waarop zij frequent in overleggen het zogenaamde Multidisciplinair Afstemmingsoverleg Resocialisatie (MAR). In 2019 hing goede samenwerking nog te veel af van de individuele kennis, beschikbaarheid en bereidheid van personen. Dat is nu anders. Partners hebben regelmatig contact met elkaar, weten wat ze aan elkaar hebben en zijn tevreden over de samenwerking.

Inschatting risico gewelddadig extremisme
Bij een TA-gedetineerde is het belangrijk dat goed wordt ingeschat hoe groot het risico is op gewelddadig extremisme. Een hulpmiddel hierbij is de VERA-2R, dat helpt om het risicoprofiel van een TA-gedetineerde te bepalen. In 2019 werd dit vaak te laat aangeleverd door de reclassering. Dit is nu sterk verbeterd. Toch blijven er knelpunten in de volledigheid en de actualiteit van de geleverde informatie. Ook gaan de drie PI’s er verschillend mee om. PI De Schie en PI Zwolle laten de VERA-2R invullen door de reclassering. PI Vught stelt die soms zelf op. Hierin ziet de Inspectie JenV een risico omdat professionele distantie ten opzichte van de gedetineerde kan ontbreken.

Toerusting personeel
TA-medewerkers zijn zeer betrokken bij hun werk, bleek zowel in 2019 als nu. Zo verdiepen zij zichzelf in radicalisering, soms in hun eigen tijd. De PI’s bieden ook opleidingen aan, specifiek gericht op de TA. De Inspectie JenV vindt het belangrijk dat TA-medewerkers goed zijn toegerust voor hun werk, ook als zij net beginnen. Dan moet iemand goed weten waar die aan moet voldoen, via een duidelijk omschreven functieprofiel. Dat profiel is er nog steeds niet. Daarmee is nog steeds geen antwoord op de vraag wanneer een medewerker voldoende is opgeleid.

Veiligheidsrisico
Een gedetineerde wordt in de gevangenis voorbereid op een terugkeer naar de maatschappij. Die terugkeer moet voor de gedetineerde en de maatschappij zo veilig mogelijk zijn.


Een groot gedeelte van de TA-gevangenen heeft een dubbele nationaliteit. Iemand, die is veroordeeld voor een terroristisch misdrijf, kan het Nederlanderschap verliezen en daarmee het recht om na detentie in Nederland te blijven. Hierdoor worden de mogelijkheden en inzet van ketenpartners ten behoeve van de re-integratie van deze gedetineerden ernstig beperkt.


TA-gedetineerden lijken in zulke gevallen minder bereid mee te werken aan begeleiding. Het risico bestaat dat zij zich na hun gevangenschap (nog) minder verbonden voelen met Nederland. Uitzetting naar het herkomstland is echter niet altijd mogelijk. Als ze hier blijven zonder recht op sociale voorzieningen en zonder begeleiding, kunnen deze ex-gedetineerden in de illegaliteit belanden. Een onwenselijke ontwikkeling die mogelijk de veiligheid van de samenleving niet ten goede komt, vindt de Inspectie JenV.

Leave a comment

Geef een antwoord