Naar een nieuwe methode om energieprijzen te berekenen

Nieuws Online
12 Min Read
Naar een nieuwe methode om energieprijzen te berekenen

De inflatie is momenteel ongekend hoog. Dat komt vooral door de sterk gestegen energieprijzen. De huidige methode om energieprijzen voor consumenten te meten, leidt bij sterk stijgende prijzen tot een overschatting van de inflatie en bij sterk dalende prijzen tot een onderschatting van de inflatie. Het CBS onderzoekt daarom sinds begin 2022 andere methoden, op basis van data van energiemaatschappijen, om de prijsontwikkeling van energie voor consumenten beter in kaart te brengen. De eerste uitkomsten van dit onderzoek wijzen op een lagere prijsstijging van energie waardoor ook de inflatie lager zou zijn uitgevallen dan de gepubliceerde cijfers van de afgelopen maanden. In de data en de analyses zitten echter nog de nodige onzekerheden. De invoering van een nieuwe methode wordt verwacht medio 2023.


Het CBS publiceert maandelijks over de inflatie. Die wordt elke maand gemeten als de stijging van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar. De CPI geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dit gemiddeld wordt aangeschaft door de Nederlandse huishoudens. Elke maand worden daarom de prijzen van deze producten waargenomen, zoals die op dat moment worden aangeboden. Dat geldt bijvoorbeeld voor voeding, persoonlijke verzorgingsproducten, hotelovernachtingen, kleding en ook voor energie.


Huidige waarneming energieprijzen
De inflatie is momenteel historisch hoog. Dat is vooral toe te schrijven aan de sterk gestegen energieprijzen. Die prijsstijgingen bepalen momenteel voor meer dan de helft de huidige inflatie. De prijzen van gas en elektriciteit worden elke maand waargenomen op basis van alle nieuwe contracten (zowel vaste als variabele) die dan afgesloten kunnen worden. Lang niet iedereen heeft op hetzelfde moment een nieuw contract, met een nieuwe prijs. Het CBS had echter geen gegevens over hoeveel huishoudens welke contracten op welk moment tegen welke prijs hebben afgesloten.

De prijsinformatie van de huidige methode loopt eigenlijk voor op de gemiddelde prijsontwikkeling van energie voor huishoudens in Nederland. De waarneming van alleen nieuwe contracten zorgt bij stijgende energieprijzen voor een overschatting van de gemiddelde prijsstijging en bij dalende energieprijzen voor een onderschatting. De huidige waarneming van de prijzen van gas- en elektriciteit voldoet goed bij een redelijk stabiele markt, maar bij een volatiele energiemarkt met extreme prijsstijgingen of -dalingen bestaat de behoefte om de methode te verfijnen.

Onderzoek naar nieuwe waarneming
Het CBS is daarom begin 2022 een onderzoek begonnen om gedetailleerder te weten te komen tegen welke prijs huishoudens in Nederland elektriciteit en gas kopen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met al langer lopende energiecontracten. Daarmee wordt dan beter recht gedaan aan het feit dat er momenteel grote verschillen zijn in de prijzen die huishoudens betalen, vooral tussen nieuwe en al langer lopende contracten.

Er zijn veel data ontvangen van een aantal energiemaatschappijen. Deze maatschappijen dekken samen ongeveer 75 procent van alle huishoudens in Nederland waaraan energie wordt geleverd. Het CBS is nog in gesprek met andere energiemaatschappijen om die dekking te vergroten.

De databestanden zijn grotendeels op gedetailleerd niveau geanalyseerd en beoordeeld op kwaliteit. Op dit moment zijn deze data echter nog niet geschikt om in de maandelijkse berekening van de CPI te gebruiken. Met de nieuwe data worden prijzen waargenomen van nieuwe en bestaande contracten. Op basis daarvan is een aantal berekeningsmethoden vergeleken, van traditionele methoden met vaste jaargewichten tot methoden die rekening houden met verschuivingen tussen contracten en energiemaatschappijen.

De laatste stap in het onderzoek is de invoering van de nieuwe methode. Verder werkt het CBS aan een onderzoeksrapport waarin de data, methoden, resultaten, impact en afwegingen voor de CPI beschreven staan.

Eerste resultaten van de onderzochte methoden
Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat bij de waarnemingsmethoden op basis van de nieuwe data de prijsstijgingen sinds de herfst van 2021 van gas en elektriciteit significant lager uitvallen dan bij de huidige waarneming van de energieprijzen. Daardoor zou ook de inflatie lager liggen dan gepubliceerd in de afgelopen maanden. De analyses zijn echter gebaseerd op data die nog niet geschikt zijn voor statistische productie en alleen bedoeld om een eerste beeld te krijgen van hoe de prijsontwikkeling van energie en de inflatie eruit hadden kunnen zien met de nieuw verkregen data van energiemaatschappijen.

In de onderstaande grafieken worden de gepubliceerde prijsontwikkelingen van gas en elektriciteit en de gepubliceerde inflatie weergegeven met de bandbreedte waarbinnen de uitkomsten van de nieuw onderzochte methoden bewegen. De bandbreedte kan per maand verschillen. De grafieken geven een beeld van het onderzoek tot op heden en de resultaten lopen van januari 2021 tot en met augustus 2022. Er zijn nog onvoldoende gegevens om een uitspraak te doen over de maanden daarna.

De gepubliceerde cijfers en de cijfers zoals deze uit het onderzoek met nieuwe bronnen volgen verschillen significant. Hier zijn meerdere redenen voor aan te wijzen. Een reeds genoemde oorzaak is het feit dat het CBS in de huidige methode alleen de prijzen van nieuwe contracten meeneemt. Daarnaast worden prijsstijgingen van variabele contracten bij energiemaatschappijen niet altijd direct doorberekend naar hun klanten.
De marges van de uitkomsten bij de nieuwe methoden bij de prijsontwikkelingen van gas en elektriciteit zijn groot. Dat komt doordat in de data en de analyse nog de nodige onzekerheden zitten, zoals:

Onvolledige waarneming. De huidige transactiedata omvatten circa 75 procent van de markt.
Selectiviteit van de waarneming. Er zijn weegmethoden toegepast om te corrigeren voor het feit dat 75 procent van de markt wordt waargenomen. Hoewel dit een hoog percentage is, geeft het geen garantie voor een correcte prijsontwikkeling. De overige 25 procent kan een andere verdeling in de energiecontracten en een andere prijsontwikkeling hebben.
Uniformiteit van de datalevering. De maatschappijen leveren in principe dezelfde data aan, maar omdat ze gebaseerd zijn op verschillende administraties kunnen er verschillen zijn, die nog niet bekend zijn.
Incompleetheid van de gegevens. Het CBS krijgt een afslag van de administratie op een zeker moment van de maand. Nieuwe contracten die na het afslagmoment worden afgesloten ontbreken in de data.
Indexmethoden. Er bestaan verschillende methoden om een prijsindexreeks te berekenen uit transactiedata. Welke methode het meest geschikt is, hangt af van de data die uiteindelijk beschikbaar komen en ook van de manier waarop bijvoorbeeld de energieplafonds doorwerken in de energietarieven. Door onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van beide aspecten, zijn in dit onderzoek verschillende prijsindexmethoden toegepast.
Het CBS onderzoekt momenteel hoe deze onzekerheden kunnen worden opgelost en welke methode het meest geschikt is om in te voeren. De ontwikkelingen rondom energie en de beschikbare data zijn nog volop in beweging. Zo is het bijvoorbeeld nog onduidelijk hoe prijsplafonds in een nieuwe methode op een goede manier verwerkt kunnen worden en of de nieuwe databronnen na invoering van een prijsplafond nog voldoende geschikt zijn om te gebruiken in de onderzochte nieuwe methoden.

Invoering nieuwe methode
Voor de keuze van de meest geschikte methode is een aantal criteria vastgesteld, zoals praktische uitvoerbaarheid, bestendigheid voor een langere periode en afstemming op EU-regelgeving. De invoering van een nieuwe, meer verfijnde, methode voor het waarnemen van de energieprijzen zal waarschijnlijk medio 2023 zijn beslag krijgen, voor zowel de CPI als de Europees geharmoniseerde index van consumentenprijzen (HICP). De reeds gepubliceerde cijfers worden bij het moment van de overstap naar een nieuwe methode niet aangepast.

Het kiezen van een goede methode om de prijsontwikkeling van energie te meten is ook een uitdaging op Europees niveau. De energiemarkten in de diverse Europese landen zijn erg verschillend en moeilijk vergelijkbaar. Een aantal landen heeft een vergelijkbare waarnemingsmethode van energie als Nederland.

Het CBS overlegt met andere landen in Europa en Eurostat, het Europese statistiekbureau, over de gewenste manier om de ontwikkelingen in de energieprijzen te kunnen meten. Dat is van belang om de cijfers, volgens de HICP, onderling goed te kunnen vergelijken. Het CBS wil daar zo snel mogelijk afspraken over maken. Het overstappen naar een nieuwe methode is gebonden aan regels van Eurostat.

Regelmatig updates over voortgang
Het CBS zal de komende tijd bij zijn berichtgeving over inflatie regelmatig meer informatie geven over de voortgang van het onderzoek. Zo wordt eind november bij het bericht over de eerste raming van de inflatie van november volgens de HICP meer informatie verstrekt over de verwerking van de energiesubsidies en -plafonds in de inflatiecijfers. Deze energiemaatregelen worden overigens niet alleen in de nieuwe methoden verwerkt. Ook in de huidige waarnemingsmethode van energie worden deze meegenomen.

De verwachting is dat in januari het onderzoek naar de nieuwe waarnemingsmethoden ver is gevorderd. Dan kan er ook meer duidelijkheid komen over de waarnemingsmethode van energieprijzen die gaat worden ingevoerd en over de datum waarop de nieuwe methode wordt geïmplementeerd.

Daarnaast geeft het CBS in de komende periode met regelmaat een update van de uitkomsten van het onderzoek naar de nieuwe methode. De resultaten van een verslagmaand komen enkele maanden na afloop beschikbaar en niet zoals op dit moment enkele werkdagen na de verslagmaand.

Eerste raming inflatie volgens de CPI
Het CBS publiceert al enige tijd een eerste raming van de inflatie volgens de HICP. Begin 2023 wordt ook een eerste raming van de inflatie volgens de CPI ingevoerd. Deze wordt tegelijk met die van de HICP gepubliceerd. Het betreft de cijfers van december. De inflatie volgens de CPI wordt nu nog enkele werkdagen na de eerste raming van de inflatie volgens de HICP gepubliceerd. De eerste raming betreft voorlopige cijfers.

Bron: CBS