Dierendag is niet voor ieder dier een feestje

Dierendag is niet voor ieder dier een feestje

30 september 2021 Uit Door Henk van Antwerpen

Op proefdieren testen, dat gebeurt toch niet meer in Nederland? Was het maar waar! Helaas worden er elk jaar nog steeds zo’n 450.000 dierproeven gedaan in ons land. En dat is niet eens het ergste. Jaarlijks worden er ook nog eens 400.000 dieren gefokt en afgemaakt zonder überhaupt gebruikt te zijn voor een dierproef. Dan is nu ook nog de Europese cosmeticawet, die al honderdduizenden proefdieren sinds 2013 heeft gered, in gevaar. Door een maas in de cosmeticawet dreigen voor het testen van cosmetica nu namelijk tóch weer proefdieren gebruikt te mogen worden. Het is wel duidelijk dat het op 4 oktober jammer genoeg niet voor ieder dier een feestje is. Om die reden vraagt Stichting Proefdiervrij juist op dierendag extra aandacht voor hun strijd voor een toekomst waarin het lijden van proefdieren in onderzoek verleden tijd is.

Groot overschot aan proefdieren
In Nederland wordt er jaarlijks op ruim 450.000 proefdieren getest. Denk hierbij aan muizen, ratten, apen maar ook honden, katten, paarden, cavia’s, konijnen, hamsters, reptielen, schapen en koeien. Helaas is het zo dat de meerderheid (bijna 88%) van de dierproeven die jaarlijks gedaan worden in Nederland, een dodelijke afloop hebben. Daarnaast worden er in Nederland jaarlijks ruim 400.000 ongebruikte proefdieren gedood. Dit overschot aan proefdieren wordt ook wel fokoverschot genoemd. Een fokoverschot ontstaat omdat er meer dieren gefokt worden dan dat er gekocht wordt door de onderzoekers. Dit kan gebeuren omdat er meer dieren in een nestje zitten dan nodig, of omdat onderzoekers alleen op mannelijke proefdieren willen testen en er ook vrouwelijke dieren in een nestje worden geboren. Ook leeftijd is belangrijk: er kan niet altijd gewacht worden tot de proefdieren nodig zijn, soms zijn deze dan al te oud. Daarbij wordt er constant doorgefokt met genetisch gemodificeerde dieren, ook als er geen vraag is.

‘Het is in deze tijd niet meer te verantwoorden om zo met dieren om te gaan’ aldus Debby Weijers, directeur Stichting Proefdiervrij.

De Europese cosmeticawet is in gevaar!
Dan is nu ook nog de Europese cosmeticawet, die al honderdduizenden proefdieren sinds 2013 heeft gered, in gevaar. Door een maas in de cosmeticawet dreigen voor het testen van cosmetica nu namelijk tóch weer proefdieren gebruikt te mogen worden. Om te voorkomen dat talloze proefdieren onnodig lijden roept Stichting Proefdiervrij samen met andere dierenbeschermingsorganisaties, Dove en The Body Shop Europa op om de cosmeticawet aan te passen. Hier zijn 1 miljoen EU-handtekeningen voor nodig. Samen willen deze partijen 1 miljoen consumenten mobiliseren om een Europees burgerinitiatief te ondertekenen.

Een proefdiervrije toekomst: alternatieven op komst
Stichting Proefdiervrij is ervan overtuigd dat proefdieren op een dag niet meer nodig zijn, door de ontwikkeling en implementatie van proefdiervrij onderzoek. En we zijn verder dan je denkt. Op wetenschappelijk gebied zijn er al veel ontwikkelingen gaande waardoor het testen op proefdieren in de toekomst overbodig zal zijn. Prof. dr. Robert Passier van de Universiteit Twente en het LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum) heeft bijvoorbeeld hart-op-chip modellen ontwikkeld die zijn gebaseerd op menselijke hartspiercellen. Deze hartmodellen zijn ontwikkeld om de effectiviteit en bijwerkingen van medicijnen te testen en hartziekten beter na te bootsen. Met deze modellen kunnen o.a. verlies van hartpompfunctie en hartritmestoornissen aangetoond worden. Hiermee is het mogelijk medicijnen te ontdekken en bijwerkingen tijdig te signaleren zónder dat o.a. honden hiervoor moeten lijden tijdens een dierproef.

Ook zijn meerdere wetenschappers bezig met organoids; mini-organen die eigenschappen van de mens bevatten. In het Amsterdam UMC wordt deze manier van onderzoek toegepast bij het onderzoeken van virussen. Volgens Dr Katja Wolthers, klinisch viroloog bij het UMC in Amsterdam, zijn deze mini-organen beter om te bestuderen hoe een virusinfectie plaatsvindt in het menselijk lichaam dan proefdieren: ‘Muizen zijn geen mensen. Als je wilt weten hoe een virusinfectie het menselijk lichaam binnendringt dan is de mens daarvoor een beter model dan een muis of een ander proefdier. Neem bijvoorbeeld het poliovirus. Dit kun je bij de mens vooral goed aantonen in de darm, maar bij de muis helemaal niet.’ Dr. Wolthers gebruikt daarom organoids in haar onderzoek naar virussen. Ook prof. dr. Pieter Hiemstra (LUMC) werkt met organoids. Met zijn team combineert Hiemstra een long organoid met een chip, om de menselijke long nóg beter na te bootsen. Zo kunnen longmedicijnen beter en sneller ontwikkeld worden, zonder dat dieren hiervoor hoeven te lijden. Deze en andere manieren van onderzoeken, zoals bijvoorbeeld met computermodellen, maakt proefdieren op termijn overbodig.